Fondsprijzen

De Fondsprijzen en navorsingskredieten zijn prijzen die voortkomen uit de legaten die aan de Academie werden toevertrouwd.

 

Prijs voor een belangrijk oorspronkelijk werk op het gebied van de religieuze geschiedenis van Vlaanderen
Bedrag voor deze prijs: 1250
Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt.

Oproep jaargang 2018: aanvragen zijn nog mogelijk en moeten ons bereiken voor 30-04-2018

In 2018 wordt de prijs uitgereikt voor een belangrijk oorspronkelijk werk op het gebied van de religieuze geschiedenis van Vlaanderen.

Dries Bosschaert
KU Leuven

Bosschaert D., Lamberigts, M. (sup.), Schelkens, K. (cosup.) (2017). Joys and Hopes of Louvain Theologians. The Genesis of Louvain Christian Anthropologies and Their Diverse Reception in Gaudium et Spes (1942-1965), lviii+372 pp.

Quid est autem homo? Wat is dan de mens? Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie zochten zowel bisschoppen als theologen een antwoord op deze vraag, gesteld en uiteindelijk voorzicht beantwoord in de Pastorale Constitutie Gaudium et Spes. De vraag hield hen echter al bezig lang voor dit concilie werd samengeroepen en zelfs bij haar einde was er nog geen definitief antwoord. Dit proefschrift toont aan hoe deze vraag de West-Europese theologie in het midden van de twintigste eeuw domineerde en focust daarbij op de Leuvense theologie. Concreet bespreekt het de langzame ontwikkeling van het thema van de christelijke antropologie in het werk van vier Leuvense theologen (A. Dondeyne, G. Philips, G. Thils en Ch. Moeller) en de doorwerking ervan in de redactie van Gaudium et Spes. Op basis van uitgebreid literatuur- en archiefonderzoek presenteert dit proefschrift vier bijdragen tot het gevestigde onderzoek. Allereerst biedt het een originele definitie van de ‘vergeten’ theologische stroming van de christelijke antropologie in de jaren 1940 en 1950. Vervolgens evalueert het doorheen vier intellectuele biografieën de mogelijkheid om inhoudelijk, stilistisch en contextueel over een Leuvense ‘school’ te spreken met een legitieme diversiteit aan christelijke antropologieën. Ten derde belicht het de strategieën van de Leuvense theologie om op een efficiënte wijze hun ideeën in de uiteindelijke redactie van Gaudium et Spes te krijgen. Tenslotte toont dit doctoraat aan hoe de tekst van Mechelen, een ontwerptekst uit 1963, symbolisch is voor de gehele bijdrage van de Belgische theologen aan het Tweede Vaticaans Concilie. De redactie van deze tekst illustreert hoe zij ten alle tijden bereid waren hun theologische denken over de mens te confronteren met de ideeën van hun dialoogpartners om zo tot een evenwichtige christelijke antropologie te ontwikkelen die het waard was door een concilie gepromulgeerd te worden.

Dries Bosschaert (°1989) studeerde theologie en godsdienstwetenschappen aan de KULeuven, waar hij tevens de canonieke graden in de theologie behaalde. In 2017 promoveerde hij aan de KU Leuven op een proefschrift over de christelijke antropologie ontwikkeld door Leuvense theologen in de jaren 1940 en 1950 en hun redactiehistorische bijdrage tijdens het Tweede Vaticaanse Concilie.
Momenteel werkt Dries Bosschaert als postdoctorale onderzoeker van het FWO, verbonden aan de onderzoekseenheid van geschiedenis van Kerk en Theologie (Faculteit Theologie en Religiewetenschappen, KU Leuven). Zijn onderzoek is gericht op de invloed van intellectuele netwerken in de jaren 50 en 60 op de Katholieke Sociale Leer, in het bijzonder het denken rond arbeid. Daarnaast dient hij als secretaris van het Leuvense Centrum voor Conciliestudie Vaticanum II en is hij vanaf 2018 Secretaris-Generaal van de European Society for Catholic Theology.


Annelies Somers

Amici nunc sicut et antea. Een stedelijke parochiekerk en een prinselijk kapittel tussen kerk en wereld in het laatmiddeleeuwse vroegmoderne Gent (1384- 1614).

Annelies Somers (°1984) studeerde in 2006 af als licentiaat in de Geschiedenis aan de UGent. In 2008 rondde ze de interuniversitaire master na master in de Archivistiek af aan de Vrije Universiteit Brussel. Datzelfde jaar ging ze als archivaris aan de slag in het Rijksarchief van Kortrijk, gevolgd door dat van Gent in 2009. Via BELSPO-financiering bereidde ze binnen deze laatste instelling een proefschrift voor, dat in 2016 werd verdedigd aan de UGent. Sinds 2015 is ze werkzaam als programmabeheerder bij BELSPO voor het programma BRAIN-be, binnen de thematische assen betreffende historisch, wetenschappelijk en cultureel erfgoed en collectiebeheer.

Het proefschrift van Annelies Somers omvat een studie naar twee kerkelijke instellingen in Gent, de Sint-Niklaaskerk en het Sint-Veerlekapittel, die in 1614 om praktische redenen werden samengevoegd. Het onderzoek – dat is toegespitst op de periode 1384 tot 1614 – is opgebouwd uit twee luiken, waarvan het eerste de eigenlijke historische studie betreft. Achtereenvolgens wordt hierin de institutionele geschiedenis van beide kerken onder de loep genomen, gevolgd door hun respectievelijke gebeneficieerde geestelijken, die zowel op kwantitatieve als kwalitatieve wijze worden onderzocht. Ook de houding tot en interactie met de omliggende ‘lekenwereld’ wordt in vraag gesteld, waarbij de brug wordt geslagen naar de voorgaande deelonderzoeken. De institutionele verscheidenheid – stedelijke parochiekerk versus grafelijk kapittel – blijkt immers een realiteit te zijn geweest die zich via diverse kanalen – zowel inzake patronaat, werking als interactie met leken – heeft veruitwendigd. Het tweede luik van de studie ten slotte is archivistisch van aard en biedt voor het eerst een integrale ontsluiting van de oorkondencollecties van beide kerken.


Sara Moens
UGent

Sara Moens (°1986) is laureaat van de Mgr. Charles de Clercqprijs 2015 voor haar doctoraatsstudie De horizonten van Guibertus van Gembloers (ca. 1124-1214). In het onderzoek van Sara Moens staat de ontwikkeling van het kloosterleven tijdens de volle middeleeuwen centraal. Voor haar doctoraatsonderzoek reconstrueerde ze de leefwereld van Guibertus van Gembloers (ca. 1124-1214). Deze benedictijner monnik en abt is het best gekend als secretaris van de befaamde Rijnlandse profetes Hildegard van Bingen, maar liet ook zelf een uitgebreid literair oeuvre na. Zijn brieven en hagiografische werken geven een uniek inzicht in Guibertus als persoon en in zijn netwerk, maar belichten tegelijkertijd hoe het traditionele kloosterwezen omging met de diepgaande veranderingen die de wereld tijdens de 12de eeuw onderging. In haar doctoraat toont zij aan hoe Guibertus als traditionele monnik deze transformaties percipieerde en hoe hij zich in dit verschuivende religieuze en intellectuele landschap positioneerde.

Sara Moens studeerde Geschiedenis aan de Universiteit Gent en Cultuurmanagement aan de Universiteit Antwerpen. In 2014 verdedigde ze haar doctoraat aan de UGent. Na aanstellingen als wetenschappelijk medewerker en als praktijkassistent werkt ze sinds 1 oktober 2014 als postdoctoraal medewerker van het FWO-Vlaanderen. In het voorjaar van 2016 verblijft ze als Medieval Fellow aan de Fordham University in New York.


Nicolas De Maeyer
Nicolas De Maeyer (°1991) studeerde Taal- en Letterkunde, opties Latijn en Duits, aan de KU Leuven, waar hij in 2012 de graad van Bachelor of Arts behaalde magna cum laude, met als studie Horatius en de traditie van spirituele oefeningen in de Antieke Filosofie. In 2013 behaalde hij het diploma van Master of Arts summa cum laude met als thesis Inleiding, vertaling en analyse van Jansenius’ Oratio de interioris hominis reformatione. Momenteel volgt hij een doctoraatsopleiding in de Latijnse Literatuur en is hij verbonden aan het Centre for the Study of Augustine, Augustinianism and Jansenism van de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven. Als proefschrift bereidt hij de editio princeps van het Pauluscommentaar van de Angelsaksische theoloog en exegeet Beda Venerabilis voor. In combinatie hiermee onderzoekt hij de theologische inhoud van dit werk en zijn relatie tot de transmissie van Augustinus’ Paulusexegese in de vroege middeleeuwen, specifiek bij Florus van Lyon, Hrabanus Maurus en Helisachar. Daarnaast doet hij onderzoek naar de receptie van het augustinisme in de werken van de Leuvense theoloog Cornelius Jansenius, specifiek in diens reeds geciteerde Oratio, waarvan hij momenteel, samen met prof. dr. Gert Partoens een kritische editie en vertaling voorbereidt, met tevens een studie over het ontstaan, de receptie en de inhoudelijke zwaartepunten van deze tekst.

Nicolas De Maeyer wordt voor zijn Masterstudie over Jansensius’ Oratio bekroond met de Mgr. De Clercqprijs 2014. Cornelius Jansenius sprak deze rede uit in de benedictijnenabdij van Affligem bij de aanvaarding van een nieuwe observantie in 1628. Het succes ervan was enorm, omdat de teneur van de tekst verder reikte dan de politiek-religieuze omstandigheden waarin hij ontstond. In het eerste deel over de historische context gaat De Maeyer in op de persoon van theoloog, hoogleraar en bisschop Jansenius, op het netwerk dat toen bestond aan de Leuvense Universiteit en op de Affligemse context waarbinnen zijn rede ontstond. In het tweede deel analyseert hij de tekst waarbij hij er in slaagt om deze thematiek ook voor niet ingewijden gans verstaanbaar te maken. In het derde deel bespreekt hij de receptie ervan, waarbij de vele vertalingen een belangrijke rol spelen. In een Appendix geeft hij nog een synoptische hedendaags Nederlandse vertaling van de eerste druk van de Oratio uit 1628.

Ulrike Wuttke

Ulrike Wuttke: ‘Dit es dinde van goede ende quaede’: Eschatologie bei den Brabanter Autoren Jan van Boendale, Lodewijk van Velthem und Jan van Leeuwen (14. Jahrhundert)’, proefschrift Universiteit Gent 2012.

Ulrike Wuttke (°1976) studeerde Nederlandse en Engelse taal- en letterkunde aan de Freie Universität Berlin (1997-2003) en aan de Universiteit van Amsterdam (1999-2000). Daarna werkte zij als wetenschappelijke medewerker aan twee editieprojecten aan de Universität Leipzig en behaalde zij een postgraduale master in Editiewetenschap aan de Freie Universität Berlin (2006-2008). Van 2008 tot 2012 werkte zij aan de Universiteit Gent aan haar proefschrift ‘Dit es dinde van goede ende quaede’: Eschatologie bei den Brabanter Autoren Jan van Boendale, Lodewijk van Velthem und Jan van Leeuwen (14. Jahrhundert)’ dat zij in oktober 2012 met succes verdedigde.

Voor dit proefschrift onderzocht Ulrike Wuttke de verbeelding van de eindtijd, hemel, hel en vagevuur in het oeuvre van de drie veertiende-eeuwse Middelnederlandse auteurs Jan van Boendale, Lodewijk van Velthem en Jan van Leeuwen. Zij analyseerde hun eschatologische voorstellingen tegen de achtergrond van de Latinitas en andere significante volkstalige teksten en traceerde de invloed van contemporaine crisissen en intellectuele ontwikkelingen op hun eschatologische mentaliteiten.

Dit onderzoek heeft zowel academische belangstelling getrokken, zoals uitnodigingen voor internationale lezingen en publicaties in Daphnis en Madoc bewijzen, als ook bredere publieke belangstelling gegenereerd, zoals een interview voor een artikel in de wetenschapsbijlage in het NRC Handelsblad en een lezing in de Amsterdamse Oude Kerk in het kader van de evenementenreeks ‘Lost & Found’ laten zien.

Ulrike Wuttkes huidige onderzoek draait o.a. rondom eschatologische profetieën en een digitaal editieproject omstreeks de Duitse overlevering van Lodewijk van Velthem. Verschillende publicaties zijn in voorbereiding.

 


Karim Schelkens

Deus Multifariam multisque modis locutus est. De redactie van het preconciliaire schema de fontibus revelationis. Een theologiehistorisch onderzoek met bijzondere aandacht voor de Belgische bijdrage.

Karim Schelkens (°1977) studeerde godsdienstwetenschappen, en vervolgens godgeleerdheid aan de KULeuven, waar hij tevens de canonieke graden in de theologie behaalde. In januari 2007 promoveerde hij in Leuven op een proefschrift over de voorbereidingsperiode van het Tweede Vaticaans Concilie, met aandacht voor de Belgische bijdrage hierin Deus Multifariam multisque modis locutus est. De redactie van het preconciliaire schema de fontibus revelationis. Een theologiehistorisch onderzoek met bijzondere aandacht voor de Belgische bijdrage.

De heer Schelkens deed recent postdoctorale studie-ervaring op aan de Canadese Université Laval te Québec en is momenteel als postdoctoraal onderzoeker van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen (FWO), verbonden aan de onderzoekseenheid Geschiedenis van Kerk en Theologie van de KULeuven, evenals aan het interdisciplinaire Centrum voor de Studie van het Tweede Vaticaans Concilie.


Gert Gielis

In gratia recipimus. Een studie over Nicolaas Coppin (ca. 1476-1535) en de inquisitie in de Nederlanden

In 2007 koos de Commissie van het Fonds de Clercq voor de inzending van de heer Gert Gielis, In gratia recipimus. Een studie over Nicolaas Coppin (ca. 1476-1535) en de inquisitie in de Nederlanden. De jury loofde vooral het feit dat de auteur het moeilijke en omvangrijke onderwerp met zoveel inzicht en creativiteit heeft behandeld. Het werk is de eindverhandeling van de heer Gielis.

Gert Gielis (1982) studeerde Moderne Geschiedenis aan de K.U. Leuven, waar hij zich voornamelijk toelegde op de geschiedenis van de Nieuwe Tijd. De twee thematische pijlers van zijn verhandeling, de Leuvense universiteit in de zestiende eeuw en de geschiedenis van de inquisitie, vormen tevens zijn vakgebied. Om dit verder uit te diepen volgde hij - eveneens aan de KULeuven - een master in Medieval and Renaissance Studies, die hij recentelijk summa cum laude afsloot. Zijn master thesis behandelde enkele onbekende bronnen over de oprichting van de nieuwe bisdommen in de Nederlanden in het fonds Van de Velde (universiteitsarchief Leuven).

Gert Gielis werkte onder andere ook mee op het Leuvense universiteitsarchief en publiceerde enkele artikels over de Leuvense theologen, de inquisitie en de reformatie in de Kempen. Verschillende publicaties zijn in voorbereiding.


Rajesh Heynickx

Meetzucht en mateloosheid: kunst, religie en identiteit in Vlaanderen tijdens het interbellum

Dit jaar koos de Commissie van het Fonds de Clercq voor de inzending van de heer Rajesh Heynickx, Meetzucht en mateloosheid: kunst, religie en identiteit in Vlaanderen tijdens het interbellum. De commissie loofde de grote breedte en creativiteit waarmee het onderwerp van dit werk is behandeld en noemde het boek zowel boeiend als inspirerend. Rajesh Heynickx (1977) studeerde moderne geschiedenis aan de KULeuven en de University of Illinois, en architectuurwetenschappen, eveneens aan de KULeuven. In december 2005 promoveerde hij in Leuven op een proefschrift over de relatie tussen kunst, religie en identiteit tijdens het interbellum in Vlaanderen. De heer Heynickx was ook Research Fellow aan het Duitse Institut für Europäische Geschichte te Mainz en werkt momenteel als postdoctoraal onderzoeker van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen (FWO), verbonden aan de onderzoekseenheid Moderniteit en Samenleving (Mosa) aan de KULeuven.


Wim François

Bijbelvertalingen in de Lage Landen (1477-1553). Een kerkhistorische en theologische benadering.

Dr. Wim François studeerde godsdienstwetenschappen aan de universiteit van Leuven bij prof. Dr. L. Kenis en prof. Dr. M. Lamberigts. Na zijn licentie in de godsdienstwetenschappen (1985) behaalde hij de canoniekrechterlijke graden Sacrae Theologiae baccalaureus (1985) en Sacrae Theologiae licentiatus (2003), het licentiaat in de godgeleerdheid (2000) en tenslotte het doctoraat in de godgeleerdheid (2004). Hij is wetenschappelijk medewerker aan de Leuvense Faculteit voor Godgeleerdheid en hij is momenteel houder van een mandaat als postdoctoraal onderzoeker bij het onderzoeksfonds van de KULeuven. Wim François heeft onderzoek verricht naar diverse godsdienstige fenomenen en aspecten, zo o.m. naar de betrokkenheid van de Belgische katholieken met het Leopoldistisch regime in Congo, over de waarheidsbepaling in Kerk en theologie en het vandaag bekroonde onderzoek omtrent de Bijbelvertalingen in de Nederlanden bij het begin van de Moderne Tijden.


Violet Soen

Geen pardon zonder paus! Studie over de complementariteit van het pauselijk en het koninklijk pardon (1570-1574) en over pauselijk inquisiteur-generaal Michael Baius (1560-1576).

Voor het jaar 2004 heeft de Klasse van de Menswetenschappen de inzending bekroond van mevrouw Violet Soen Geen pardon zonder paus! Studie over de complementariteit van het pauselijk en het koninklijk pardon (1570-1574) en over pauselijk inquisiteur-generaal Michael Baius (1560-1576). De leescommissie loofde het werk voor de methodiek, het bijzonder grondige onderzoek van het bronnenmateriaal verspreid over 16 bewaarplaatsen, de eruditie en de historische kritiek.

Mevrouw Soen (1981) studeerde Geschiedenis van de Nieuwe Tijd aan de KULeuven, waar zij met de Grootste Onderscheiding het licentiaat behaalde (2003). Eveneens met de Grootste Onderscheiding werd zij D.E.S. en études européennes aan de UCL (2004). De dubbele belangstelling voor enerzijds de geschiedenis en anderzijds de Europese studies heeft zij nog aangevuld met een extracurriculair dipoma in de Muziekgeschiedenis, behaald aan de Stedelijke Academie voor Woord, Muziek en Dans van Waregem (1999). Momenteel is zij aspirant van het FWO-Vlaanderen verbonden aan de KULeuven, Departement Geschiedenis, afdeling Nieuwe Tijd.


Roel de Goof

Omnia instaurare in Christo. Kerk, staat en onderwijs in België van 1830 tot 1919. Een analyse van de impact van het episcopaat en de katholieke partij op de schoolpolitieke besluitvorming in het licht van de spanning tussen katholiek integralisme en mode

Roel de Groof (°1965) is doctor in de geschiedenis (VUB, 1993), en tevens bijzonder licentiaat in het internationaal en Europees recht (VUB, 1988). Hij is verbonden als doctor-onderzoeker aan het Centrum voor de Interdisciplinaire Studie van Brussel (BRUT) en als doctor-assistent aan de vakgroep geschiedenis van de VUB. Roel de Groof verrichtte onderzoek over kerk, staat en onderwijs in België (1830-1919), in het bijzonder over de schoolstrijd, maar ook over de rol van drukkingsgroepen in de taalpolitieke en communautaire besluitvormingsprocessen. Zijn meest recente wetenschappelijk artikel handelt over de kwestie van Groot-Brussel (1830-1940) en behelst een analyse van de voorstellen tot eenmaking, annexatie, fusie, federatie en districtvorming van Brussel en zijn voorsteden sedert 1830. Zijn lopend onderzoek gaat over de (inter)nationale besluitvorming inzake de erkenning van Brussel als internationale, Europese en Atlantische hoofdstad en over de positie van Brussel in het wereldsysteem van politieke metropolen.


Jeroen Deploige

Hagiografische strategieën en tactieken tegen de achtergrond van kerkelijke en maatschappelijke vernieuwingstendensen. De Zuidelijke Nederlanden, ca 920 - ca 1320.

Jeroen Leploigne (°1972) studeerde geschiedenis aan de Universtiteit Gent (licentiaat 1995 met de Grootste Onderscheiding), waar hij het doctoraat behaalde op 29 april 2002 cum laude. Hij is een specialist van de middeleeuwse hagiografie, met aanvankelijk de figuur van Hildegard van Bingen als onderzoeksterrein. Dit breidde zich later uit tot een globaal en diachronisch onderzoek van heiligenlevens in de Zuidelijke Nederlanden, met een bijzondere aandacht voor de ideeëngeschiedenis en de maatschappelijke consequenties die daaraan verbonden zijn. De resultaten hiervan werden neergelegd in een magistraal doctoraat dat vandaag wordt bekroond met de Mgr. C. De Clercqprijs.



Toon Quaghebeur

De concursus in het aartsbisdom Mechelen 1586-1786. Pastoorbenoemingen in het beneficiale landschap van de Nieuwe Tijd.

Toon Quaghebeur (°1971) volgde de seminarieopleiding en theologische studies aan het Grootseminarie van Brugge (1995). Hij behaalde het baccalaureaat in de Wijsbegeerte (KULeuven 1993) en per affiliatie werd hem aan dezelfde universiteit het baccalaureaat in de theologie toegekend (1996). Aan de Pontificia Universita Gregoriana in Rome behaalde hij het licentiaat in de dogmatiek (1998) en opnieuw aan de KULeuven werd hij licentiaat in de Godgeleerdheid (1999) en de Moderne Geschiedenis (2000). Op dit ogenblik is hij in Leuven aspirant van het FWO-Vlaanderen en bereidt hij een doctoraat voor over de Leuvense theologen en hun rol in Kerk en Staat van 1617 tot 1730.



Ruth Timmermans

Het Convent van Betlehem, een half millennium vrouwelijke spiritualiteit en bedrijvigheid

Ruth Timmermans werd geboren op 23 oktober 1974 in Bonheiden. In 1996 behaalde ze haar licentiaatdiploma in de moderne Geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Leuven. Voor haar eindverhandeling "De christelijke arbeidersbeweging in Congo: tussen beschaven en emanciperen (1945-1961)" kreeg ze grote onderscheiding. Van 1996 tot 1999 was ze bij het KADOC in Leuven verbonden als wetenschappelijke medewerker aan het onderzoeks- en publicatieproject "Geschiedenis van het Convent van Betlehem Duffel/Oisterwijk (1500-2000)". In november 1999 werd ze aan hetzelfde centrum archiefmedewerkster en startte ze een project rond specifiek kloosterarchief. En vanaf december 1999 is ze deeltijds docent aan het Departement geschiedenis van de KULeuven. Ruth Timmermans heeft intussen al zeven wetenschappelijke publicaties op haar naam staan.


Miriam Vandenberghe
Leven in het Kortrijkse begijnhof 1585-1789

Hilde Eynikel

Damiaan, de definitieve biografie


Guido Marnef

Antwerpen in de tijd van de reformatie. Ondergronds protestantisme in een handelsmetropool 1550-1577.


D. Leyde

Leven en leren in de Mammenstraat. De augustijnen te Antwerpen in de 17de en 18de eeuw. Dagelijks leven in het klooster en op het college.


Mathijs Lamberigts

L'Augustinisme à l'ancienne faculté de Théologie de Louvain


Maurits De Vroede

Kwezels en zusters. De geestelijke dochters in de Zuidelijke nederlanden in de 17de en 18de eeuw.


Jaak Ockeley

De gasthuiszusters, en hun ziekenzorg in het Aartsbisdom Mechelen


Hans Storme

Preekboeken en prediking in de Mechelse kerkprovincie in de 17de en 18de eeuw


Leo Kenis

De theologische faculteit te Leuven in de negentiende eeuw (1834-1889)


Marie Juliette Marinus

Laevinus als tweede bisschop van Antwerpen (1587-1595)


Michel Cloet

Het bisdom Brugge (1559-1984), Bisschoppen, priesters en gelovigen